Doelstelling

De doelstelling van het BGF-fonds luidt volgens artikel 2 van de statuten als volgt:

  1. De stichting heeft ten doel: door middel van het (doen) inzamelen van gelden, om op alle wettige manieren en uit de opbrengst van zijn vermogen bijdragen te verstrekken tot het lenigen van bijzondere noden in de provincies Noord-Brabant en Limburg en CuraƧao op – al dan niet in combinatie – sociaal, maatschappelijk, cultureel, wetenschappelijk en godsdienstig gebied door het geven van (bescheiden, maar gerichte) geldelijke en/of adviserende ondersteuning aan daarvoor in aanmerking komende natuurlijke personen en/of rechtspersonen op basis van daartoe, direct of indirect, in te dienen aanvragen, bij honorering waarvan actieve participatie in de samenleving wordt bevorderd, zorgzaamheid van mensen voor elkaar en voor hun omgeving gestalte wordt gegeven en mensen bovendien worden gestimuleerd daaraan samen met anderen verder uitvoering te geven en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de meest ruime zin.
  2. De stichting zal geen bijdragen verstrekken aan:
    • projecten die overwegend politiek van aard zijn;
    • projecten die naar de mening van het bestuur tot de taak van een overheid behoren;
    • noden, waarvan de leniging naar de mening van het bestuur tot de taak van een overheid behoort.
  3. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
    • het op verzoek van een geldverstrekker meewerken aan het oprichten en beheren van fondsen op naam;
    • het samen met of namens andere rechtspersonen en/of instellingen, die niet langer in staat zijn aan hun vermogens en de opbrengsten daarvan een geschikte bestemming te geven, zoeken naar een goede bestemming voor die vermogens en de opbrengsten daarvan;
    • het samenwerken met rechtspersonen met een gelijk of aanverwant doel;
    • het aanwenden van alle andere wettige middelen, die voor het bereiken van het doel dienstig kunnen zijn.
  4. Vooraleer de stichting besluit tot het verlenen van financiële steun, zal het bestuur zich vergewissen van de slagingskans van de aanvraag, in ieder geval wat betreft onder meer draagvlak, nazorg, overige financiële dekking en organisatievermogen.